1. Binnen twee weken na beëindiging van de exploitatie van een openbare inrichting meldt de exploitant dit bij het bevoegde bestuursorgaan.

  2. Bij beëindiging van de exploitatie vervalt de vergunning, tenzij de rechtsopvolger van de vergunninghouder binnen vier weken na de overdracht van het bedrijf een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend.

  3. De vergunning van de rechtsvoorganger blijft in dat geval van kracht totdat een besluit is genomen op de aanvraag, tenzij zwaarwegende feiten of omstandigheden zich daartegen verzetten.